Voor ieder dier de beste zorg!

Omgaan met luchtwegproblemen

Een veelvoorkomend probleem bij paarden is hoesten. Doordat paarden van nature echte buitendieren zijn kunnen ze door onze manier van paarden houden problemen met de luchtwegen krijgen. Bij de ontwikkeling van hoestklachten spelen verschillende factoren een rol. In het algemeen beginnen aandoeningen (bronchitis, RAO, SAID) die hoesten veroorzaken met een virusinfectie van de voorste luchtwegen. In een later stadium kunnen bacteriën een rol gaan spelen. Veel paarden ontwikkelen in dit stadium een soort overgevoeligheid voor stof. Vooral stof uit hooi en stro speelt hierbij een rol. Over hoe deze overgevoeligheid zich ontwikkelt en hoe deze te voorkomen is, is nog weinig bekend. Wanneer de hoestklachten al wat langer bestaan spelen de oorspronkelijke ziekteverwekkers geen rol van betekenis meer en wordt de bronchitis in stand gehouden door de overgevoeligheid. 

Vaak ontstaat er een neerwaartse spiraal, waardoor de klachten als maar erger worden.

Voor chronische bronchitis geldt dat de ziekte altijd aanwezig blijft maar dat de mate waarin het paard er last van heeft, sterk afhankelijk is van een aantal maatregelen. Als de neerwaartse spiraal niet doorbroken wordt zal de bronchitis in ernst toenemen. De luchtwegen kunnen "verkrampt" raken en in het ergste geval verliezen de longen hun elasticiteit en kunnen er longblaasjes knappen (het paard krijgt COPD, in de volksmond ‘dampig”genoemd).

Naast behandeling met medicijnen (bijv. Ventipulmin, prednisolon, slijmverdunners) is de omgeving waarin het paard gehouden wordt erg belangrijk. Als de huisvesting niet optimaal is en het paard in een stofrijke omgeving gehouden wordt geeft behandeling onvoldoende effect.

Aangezien stof een sleutelrol in dit verhaal speelt is het van cruciaal belang het contact met stof van hooi en stro te minimaliseren. Dit betekent:

  • Zoveel mogelijk weidegang, als het weer het toelaat dag en nacht.
  • In de stalperiode liefst een buitenbox met een bovendeur die zo vaak mogelijk     openstaat. Tocht moet zoveel mogelijk voorkomen worden.
  • Als weidegang niet mogelijk is, is een open stal met aansluitend een kleine paddock een goed alternatief.
  • Nooit de box opstrooien als het paard erin staat.
  • Stro in de box vervangen door houtkrullen of aubiose.
  • Het beste is het hooi te vervangen door kuilvoer.
  • Als toch hooi gevoerd wordt het hooi voor het voeren kletsnat maken en een paar uur laten weken, bijvoorbeeld in een cementton waar in de bodem gaten gemaakt zijn. Deze op stenen plaatsen, het hooi erin leggen en door en door nat maken.
  • Hooi nooit uit een ruif of hooinet voeren, gewoon van de grond (is voor gebit ook beter!
  • Geen hooi- of stro opslag naast of boven de paardenstallen.

Luchtwegproblemen zijn vaak erg hardnekkig. Met een adequate behandeling en een zo goed mogelijk stalklimaat is behandeling vaak wel succesvol. Paarden met luchtwegproblemen hoeven in principe niet op rust te staan, lichte beweging is goed om de longen goed schoon te krijgen. Belangrijk is om het paard niet te zwaar te belasten en om het paard na afloop goed uit te stappen. Na een acute virale luchtweginfectie is het wel verstandig om het paard minimaal een week op rust te zetten. Hierdoor wordt de kans op een chronische bronchitis duidelijk verkleind.

 

« Vorige pagina