Zoals de meeste paardeneigenaren weten is het sinds juli 2008 niet meer mogelijk om zomaar een wormenkuur te kopen voor je paard. Dit leidt nog steeds voor onbegrip bij sommige eigenaren, veel eigenaren willen hun paarden voor de voet weg ontwormen, variërend van elke 8 weken tot 2 keer per jaar.
Ik zal in dit artikel proberen uit te leggen waarom we eigenlijk ontwormen, en tegenwoordig anders (bewuster!) ontwormen en welke ideeën er te grondslag liggen aan deze veranderingen. Het is misschien een wat pittig stukje, en als er nog vragen zijn hoor ik het graag.
Waarom ontwormen we paarden?
Ten eerste: Wormen horen bij paarden, maar in de natuur is er echter een evenwichtige balans tussen de parasieten en hun gastheren. Dit evenwicht is er omdat er voldoende ruimte is, waardoor paarden niet grazen op plekken waar ze mesten. Daarnaast zijn er in de natuur ook andere grazers aanwezig die ervoor zorgen dat de op het gras aanwezige wormlarven geruimd worden.
Al met al zorgt dit alles in de natuurlijke omstandigheden ervoor dat paarden regelmatig een lichte besmetting oplopen, waardoor ze een goede afweer kunnen opbouwen. Onze paarden hebben zelden zoveel ruimte, waardoor er te zware wormbesmettingen kunnen ontstaan en soms ontworming nodig is.
Van welke wormen kan een paard last hebben?
Nog even kort over de verschillende wormsoorten
ü Kleine en grote bloedworm (cyathostominae, strongylus vulgaris)
Deze wormsoorten kunnen de gezondheid van een paard flink ondermijnen. Ze kunnen bij een flinke besmetting bloedarmoede, vermagering en/of diarree geven. De larven van de kleine bloedworm kunnen zich inkapselen in de darmwand van het paard, en hier voor veel schade zorgen. Vooral jonge en jongvolwassen paarden kunnen last hebben van deze wormsoort. De kleine bloedworm zien we regelmatig, de grote bloedworm komt eigenlijk niet meer voor in Nederland
ü Spoelworm ( parascaris equorum)
Komt vooral bij jonge paarden (oudere veulens, jaarlingen) voor, want oudere paarden hebben vaak een goede afweer tegen deze wormsoort. De larven van deze worm maken een trektocht door het lichaam van het veulen wat veel schade kan veroorzaken en kan leiden tot hoesten, vermageren en/of diarree. De eieren kunnen op het land zeer lang overleven (jaren), wat het bestrijden van deze worm extra moeilijk maakt.
ü Lintworm (anoplocephala spp.)
Sinds enkele jaren is er meer aandacht voor de lintworm van het paard. Deze zou koliek kunnen veroorzaken. De verspreiding van de lintworm gaat via de mosmijt, die zoals zijn naam al zegt, in mos voorkomt, dus meestal op vervilte weilanden. Lintwormeieren zijn lastig aan te tonen in de mest.
ü Veulenworm (strongyloides westeri)
Deze wormsoort geeft geen problemen bij volwassen paarden. Een merrie besmet haar veulen echter via de melk. Bij een zware besmetting kan dit leiden tot diarree bij het veulen. Vaak wordt deze worm gezien als de veroorzaker van veulendiarree, en worden veulens daarom al in de eerste levensweek ontwormd. Tegenwoordig weet men dat de veulendiarree eerder veroorzaakt wordt door veranderingen in de samenstelling van de merriemelk rond de hengstigheid, en is het verstandiger om eerst de mest van het veulen te controleren op grote hoeveelheden wormeieren, voor je ontwormd.
ü Aarsmade (oxyuris equi)
Deze worm leeft in de endeldarm, de vrouwtjes komen naar buiten gekropen om hun eieren af te zetten, dit veroorzaakt jeuk rond anus. Deze wormen zijn lastig te behandelen met wormmiddelen.
ü Paardenhorzel (gasterophilus equi)
Deze hoort eigenlijk niet in dit rijtje thuis, want het gaat niet over een worm, maar over de larve van de horzel. De eitjes van de horzel(witte eitjes aan het been van een paard) worden opgelikt door het paard, de larven die hieruit komen maken een trektocht en komen in de maag waar ze zich vastzetten. Uit onderzoek blijkt dat dit eigenlijk weinig schade geeft. Horzels zijn dus vooral lastig.
Als U meer wilt weten over de levenscyclus van deze wormen, en hoe het paard besmet raakt, verwijs ik naar de site: www.parasietenwijzer.nl, hierop kunt u heel veel informatie vinden.
Waarom anders ontwormen?
Tot nu toe was het gebruikelijk om je paarden vaak te ontwormen.
Hier kleven nogal wat nadelen aan:
ü De paarden krijgen niet de kans om weerstand tegen worminfecties op te bouwen.
ü Door het vele gebruik van wormmiddelen kan (en is) er bij de wormen resistentie tegen deze middelen ontstaan .
ü Wormmiddelen kunnen als restanten in paardenvlees voorkomen, en in Nederland zijn paarden volgens de wetgeving (helaas) nog steeds voedselproducerende dieren.
Het een en ander was voor de overheid een reden om in te grijpen en daarom kregen de wormmiddelen vanaf 1 juli 2008 een andere status:
Eerst vielen de wormmiddelen onder de zogenaamde vrije middelen, wat inhield dat ze overal verkocht mochten worden. Nu vallen ze onder de URA(uitsluitend op recept af te geven) middelen.
Dit geldt niet alleen voor middelen tegen wormen, maar ook middelen tegen parasieten of schimmels(imaverol!), kalmeringsmiddelen(bv.sedalin) en pijn- en ontstekingsremmende middelen.
Overigens geldt dit ook voor dezelfde soort medicijnen bij schapen en runderen.
Dit zegt de nieuwe regelgeving:
“ Met regelgeving is beoogd de hoeveelheid residuen van diergeneesmiddelen in van behandelde dieren afkomstige levensmiddelen te verminderen en zodoende de consument meer bescherming te bieden, alsmede het risico van optreden van resistentie tegen diergeneesmiddelen te verkleinen”
Dit door diergeneesmiddelen zorgvuldig, selectief en restrictief voor te schrijven…..
Wat heeft dit nu tot gevolg?:
Volgens de wet kan alleen de dierenarts van het dier het URAmiddel leveren of hiervoor een recept schrijven. De dierenarts is verantwoordelijk voor de behandeling van een dier. Een recept voor de meeste middelen mag voor een jaar uitgeschreven worden (geldt niet voor pijnstillers). Het moet duidelijk zijn voor welk dier het middel is uitgeschreven. Hiervoor is een goede boekhouding nodig, zodat terug te vinden is welk middel voor welk dier is uitgeschreven. Dit is de reden waarom we tegenwoordig van alle paarden de gegevens willen hebben. Als dierenarts moet je verder de situatie en het dier kennen en op verstandige wijze middelen inzetten.
Hiervoor heeft een dierenarts informatie nodig. Deze informatie kan je als dierenarts op verschillende wijzen verkrijgen, bijvoorbeeld door het laten invullen van een vragenlijst. Daarnaast zijn er aanvullende onderzoeken die informatie geven, zoals het mestonderzoek of bloedonderzoek.
Als de dierenarts voldoende informatie heeft kan er een behandelplan worden opgesteld. Aan de hand van dit plan kan er dus voor een heel jaar wormmiddelen worden voorgeschreven. Elk jaar zal er opnieuw bekeken worden of er veranderingen in de situatie zijn, zodat het behandelplan kan worden bijgesteld. Als er zich op een bedrijf een groot aantal paarden bevindt mag de manege-eigenaar of de pensionstalhouder de recepten verzamelen en in een keer alle wormmiddelen bestellen voor een jaar. Er moet op zo’n bedrijf wel een goede boekhouding zijn, dus het moet gemakkelijk te achterhalen zijn welk dier wanneer met welk middel behandeld is.
Dus een belangrijke reden voor het wijzigen van de manier van ontwormen is het ontstaan van resistentie.
Hoe ontstaat resistentie en wat houdt dit in?
Er kunnen door genetische veranderingen wormen “geboren”worden die ongevoelig voor een wormmiddel zijn en dus niet dood gaan. In tegenstelling tot hun nog wel gevoelige en dus overleden familie kunnen deze zich dus voortplanten en hun ongevoeligheid voor het wormmiddel doorgeven aan hun nakomelingen. Zo kan deze selectie dus leiden tot een stam wormen die ongevoelig = resistent tegen een middel zijn. Wormen hebben hele snelle levenscyclus, vaak leven ze maar enkele weken. Zo kan zo’n ongevoeligheid snel verspreidt worden.
Let op: Het ontstaan van resistentie heeft niets met kwaliteit wormmiddel te maken maar is een onontkoombaar neveneffect van gebruik wormmiddelen…de meeste wormen zijn al resistent tegen de wormmiddelen fenbendazole en pyrantel.
En helaas: er is ook resistentie bij de kleine bloedworm tegen ivermectine aangetroffen.
Daarnaast is de kans dat er op korte termijn nieuwe wormmiddelen (anders werkend) op de markt komen is niet zo groot, we moeten dus zuinig zijn op wat we nog hebben!
Kan het ontstaan van resistentie voorkomen worden?
Helaas, resistentie kan niet voorkomen worden, maar we kunnen wel proberen om het ontstaan van resistentie zo lang mogelijk uit te stellen. Dit kan door alleen te ontwormen wanneer het nodig is, en als je ontwormt, doe het dan goed, geef voldoende wormmiddel, en gebruik het juiste middel, bij twijfel controleer of het middel werkt.
Gelezen: “Verkeerd ontwormen is asociaal gedrag, want resistentie is geen individueel probleem maar treft alle paardenhouders. Op dit moment werkt alleen ivermectine/moxidectine nog tegen de kleine bloedworm en in het buitenland zijn er ook al bloedwormen aangetroffen die ook hier tegen resistent zijn… “
Welke wormen veroorzaken nu vooral problemen bij paarden:
Bij (jong)volwassen paarden de kleine bloedworm, en bij veulens de spoelworm en de veulenworm.
Hoe weet je of een paard besmet is?
Hiervoor zijn verschillende onderzoeken mogelijk, namelijk mestonderzoek en bloedonderzoek. Ook kan je je verdenkingen hebben als een paard ziek is. De klachten zijn meestal : dor in het haar, sloom, vermageren, slecht groeien(veulens) .Bij deze klachten ga je snel denken aan een besmetting met de kleine bloedworm. Ook vaak optredende koliek kan het gevolg zijn van een wormbesmetting. Jeuk aan de staart kan duiden op een besmetting met aarsmaden. Soms vindt je wormen in de mest, vaak zijn dit deze aarsmaden. De eieren hiervan kan je van vinden als witte pakketjes rondom de anus. Bij verdenking kunnen we met behulp van plakband deze eieren op een dekglaasje plakken en onder de microscoop bekijken.
Mestonderzoek
Wat zijn de voordelen van mestonderzoek:
ü Als je een gezond paard hebt en geen of weinig eieren in de mest treft hoef je dat paard niet te ontwormen, als er veel eieren zijn dan weet je om welke worm het gaat en kan je gericht behandelen.
ü Je kunt alleen de besmette paarden behandelen, in een groep paarden is vaak verschil in besmetting door verschil in weerstand.
ü Als je het mestonderzoek herhaald kort na het ontwormen weet je of je wormbestrijdingsmiddel of je wormbestrijdingsstrategie werkt.
ü Doordat je alleen ontwormt als je paard echt besmet is ontworm je minder vaak en is duurt het langer voordat er resistentie zal ontstaan.
ü Ook kan je inschatten hoe zwaar de besmetting is, bij een lichte besmetting hoef je niet te ontwormen en kan het paard zelf weerstand opbouwen tegen de wormen.
ü Als je minder vaak hoeft te ontwormen bespaart dit geld, als je mestonderzoek doet van een mengmonster van 3 dieren en zo 3 kuren minder hoeft te geven, scheelt dit per 2 maanden zo’n 15 euro…
Wat we bepalen in de mest is de EPG =aantal eieren per gram mest, wat een acceptabele EPG is varieert per wormsoort. Ook kijken we wat voor soort eieren het zijn. De meeste dierenartsen doen dit onderzoek zelf, maar je kunt ook mest opsturen naar een laboratorium wat in mestonderzoek gespecialiseerd is . Als je bij ons mest brengt krijg je meestal de zelfde dag een uitslag.
Wanneer laat je mestonderzoek doen?
Het heeft geen nut om binnen een bepaalde periode na het ontwormen mest onderzoek te doen, behalve als je wilt controleren of het gebruikte middel werkt. De tijd dat het wormmiddel zijn werk doet varieert per werkzame stof, bij vermectine is dit 8 weken. Vaak duurt het veel langer voor er weer eieren in de mest te vinden zijn.
Als je het heel mooi mestonderzoek wilt doen zou je eigenlijk een jaar rond elke maand de mest moeten laten controleren, dan weet je precies hoe een eventuele besmetting verloopt…..
Praktischer is het om in maart/april beginnen met mestonderzoek, en dan elke 2 maanden tot in najaar de mest te laten controleren.
Bloedonderzoek
Soms zijn er in de mest geen eieren te vinden, terwijl het paard wel besmet is met wormen. (als er nog geen volwassen vrouwtjes zijn) Bloedonderzoek kan dan nuttig zijn.
Bij bloedonderzoek kunnen dan veranderingen gevonden worden die duiden op een wormbesmetting (verhoogde B-globulinen, bloedarmoede)
Een wormsoort waarbij dit nogal eens voorkomt is de kleine bloedworm. Bij verdenking hierop (schraal paard, dor in vacht, niet presteren, meestal in vroege voorjaar) adviseren we dan bloedonderzoek.
Ontwormschema’s
Zoals al eerder gezegd, vroeger was het heel gebruikelijk om elke 2 maanden een wormkuur te geven, ook met in het achterhoofd de gedachte” Baat het schaadt het niet”
Dit is dus niet waar, je heb sneller kans op resistentie, als je paard nooit een milde besmetting oploopt kan er geen weerstand opgebouwd worden, en vaak ontwormen is voor het milieu ook niet al te best, ivermectine komt in de mest en doodt ook de wormen die de mest afbreken, let maar eens op, mest die na ontworming afkomt blijft veel langer liggen! Ontwormen volgens een standaard schema is dus niet de beste manier om te ontwormen.
Wanneer wel ontwormen?
Logisch: ontwormen heeft alleen nut als het paard wormen heeft. Een paard mag best wat wormen hebben, een lichte wormbesmetting is juist goed, het houdt het afweersysteem van het paard paraat zodat als de besmetting oploopt het paard dit zelf kan oplossen
Dus doel ontwormen is niet paard wormvrij te houden, maar het aantal wormen binnen de grenzen te houden!
Een goede strategie
Waartegen wil je ontwormen en wanneer wil je ontwormen?
ü Bloedworm: Besmetting loopt via gras, hiervoor is warmte en vocht nodig, vaak pas aan het einde van de zomer zwaardere besmettingen. Gevoelig voor ivermectine en moxidectine, resistentie tegen fenbendazole
ü Spoelworm: vooral bij veulens, oudere paarden hebben vrijwel altijd een goede weerstand. Als land besmet is, is dit voor jaren, enige oplossing is om land om te ploegen. Door middel van mestonderzoek besmetting in de gaten houden. Werkzaam zijn fenbendazole of pyrantel ontworming na 3-4 weken herhalen. Ivermectine en moxidectine werken niet goed tegen larvale stadium van deze worm, en er is resistentie tegen ivermectine
ü Lintworm: Geeft zelden problemen, alleen met speciaal middel te behandelen, hoeft maar een keer per jaar.(praziquantel)
ü Veulenworm: Bestrijding alleen zinvol bij veulens die een hoge besmetting hebben, dus eerst mestonderzoek doen. Gevoelig voor meeste wormmiddelen.
ü Aarsmaden: bestrijding alleen zinvol als paard er last van heeft, lastig te bestrijden met wormmiddelen, beter is om eitjes rond anus te verwijderen, kan simpel met bijvoorbeeld vochtige doekjes.
ü Paardenhorzel: ongevaarlijk, wel hinderlijk, eventueel eind november/begin december ontwormen met ivermectine, maar ook te bestrijden door eitjes van benen paarden te halen
Ontwormmiddelen
De eisen die we aan een goed ontwormmiddel stellen zijn simpel, het middel moet 100% van de wormen doden en het middel moet veilig voor paard zijn.
De meeste wormmiddelen bevatten de zelfde werkzame stof, ivermectine, ze verschillen alleen in geur, smaak, kleur en verpakking (en niet te vergeten prijs!).
Moxidectine is als enige wormmiddel nog goed werkzaam tegen de ingekapselde larven van de kleine bloedworm in darmwand, daarom zijn we erg zuinig op dit middel, en zetten we het liefst alleen in als we zeker zijn dat een paard hier last van heeft.(klinisch beeld, leeftijd van het paard, bloedonderzoek, mestonderzoek, tijd van het jaar)
Lintworm is niet gevoelig voor ivermectine, je hebt een ander middel nodig (praziquantel, of pyrantel in dubbele dosering), tegenwoordig zijn er combinatiemiddelen die ook tegen lintworm werken op de markt.
Sommige ouderwetse middelen die niet meer op de markt zijn, zijn nog wel te bestellen, en worden soms ingezet als we resistentie tegen de modernere middelen aantreffen.
Tegenwoordig worden wormmiddelen ook in een smakelijke tabletvorm verkocht, en niet meer alleen in pastavorm.
Natuurlijk werkende ontwormmiddelen zijn er niet! (zie site paardnatuurlijk….)Wormen zijn tegen kruiden allang resistent.
En vergeet niet, baat het niet, schaadt het niet, gaat ook echt niet op voor veel kruiden….( denk maar aan een Jacobskruiskruid!)
Het is het beste dus om alleen te ontwormen als het nodig is, en tussentijds niets geven. Voro meer informatie hierover zie de site www.paardnatuurlijk.nl
Nog even als illustratie de bijsluiter van
Parasieten Compositum paard/pony de Groene Os 850 gram
Bij diverse (darm) parasieten. Geschikt voor: Kat,Hond,Paard,Pony
Samenstelling:
Caprylate, Grapefruitseed extract (48%), Carryophyllus aromaticus, Absintum, Artemisia, Curcuma, Thymus, Trigonella foenigraecum, Magnesii citras.
Indicatie(s):
Bij diverse (darm) parasieten.
LET OP: dit middel werkt niet afdoende bij worminfecties, hoogstens ter preventie indien er geen wormbesmetting is. Dit middel werkt vooral bij micro-organismen, zoals schimmelinfecties, ondersteuning bij Lyme etc.
Hoe kan je worminfecties voorkomen?
Paarden raken besmet doordat ze tijdens het grazen larven van wormen die uit de eitjes gekropen zijn opnemen. Na ontworming blijft het paard zich besmetten, want als er larven zijn worden die voortdurend opgenomen, door het middel scheidt het paard echter geen nieuwe eitjes uit, maar als het wormmiddel is uitgewerkt zullen de nog aanwezige larven het paard opnieuw besmetten
Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk larven opgenomen kunnen worden,dus je vooral te richten op het laag houden van de besmetting van de weide. Dit kan je doen door de mest uit de weide weg te halen of de mest te laten drogen door te slepen, 2 keer per week is meestal voldoende. Daarnaast kan je mestplekken maaien. Ook is afwisselende begrazing door paarden en herkauwers en optie, de herkauwers nemen de larven wel op, maar de larven kunnen zich in de herkauwers niet ontwikkelen tot wormen. Als er nieuwe paarden bijkomen is het verstandig bij deze paarden eerst mestonderzoek te laten doen of om deze paarden te behandelen, en dan pas na 3 dagen op de wei te zetten.
Ik hoop dat eea duidelijker geworden is, met vragen kunt u altijd terecht bij: info@dapschouwen-duiveland.nl
Met vriendelijke groet,
Dingena de Wijs